Dagdagelijkse arbeid

De dagelijkse kost van monniken bevat veel zuivelproducten, want de trappisten eten geen vlees.

Traditiegetrouw voorzien de monniken van Westmalle zelf in hun levensonderhoud, door middel van arbeid en het drijven van handel. Daarom is er een bakkerij, een boerderij, een kaasmakerij en een brouwerij binnen de muren van de abdij.

Vroeger deden de monniken aan zowel akkerbouw als veeteelt, maar sinds 1932 wordt er enkel nog maar aan veeteelt gedaan in de boerderij. De grote koeienstal is voor de monniken vooral voor de melkwinning. Hun dagelijkse kost bevat immers veel zuivelproducten, want de trappisten eten geen vlees. Een deel van de melk verwerken de monniken tot trappistenkaas in de kaasmakerij, de rest verkopen ze aan het naburige melkbedrijf.

De trappistenbrouwerij

Het resultaat van al die dagdagelijkse arbeid is een mix van heerlijke trappistenproducten.

Zoals bij alle Belgische trappisten is er ook een brouwerij binnen de muren van de abdij. Hier sturen de monniken vooral de algemene leiding aan. Het eigenlijke werk van het bier brouwen laten ze over aan externe werknemers.

Het resultaat van al die dagdagelijkse arbeid is een mix van heerlijke trappistenproducten waar zowel de monniken als de gemeenschap van kunnen genieten. De meeste vormen van handel zijn echter kleinschalig. Zo verkocht men de kaas tot voor kort enkel aan de poort van de abdij. Recent werd de kaasproductie lichtjes opgevoerd en nu wordt de trappistenkaas ook in de betere kaaswinkels verkocht net als in enkele exclusieve zaken. Het trappistenbier kent wel een grotere verspreiding via horeca, drankenhandels en grootwarenhuizen.

site by Intracto