De monniken trekken zich wel uit de wereld terug, maar ze
sluiten zich daarom niet helemaal af van de zorgen en de noden van de mensen.
Ze beleven het wel en het wee van onze wereld biddend mee.
De monniken onderhouden een innige verbondenheid met al wat
leeft. Het Boek van de Wereld is de plaats waar ze in Gods aanwezigheid
vertoeven. Bij de dingen, zijn ze bij de Schepper van de dingen. Daarom zegt
Sint-Benedictus dat ze alle voorwerpen zouden moeten beschouwen als waren ze
voor de eredienst bestemd: ze zijn als sporen van God waarin de monniken zijn
Woord beluisteren en waarin ze uitgenodigd worden tot verantwoordelijkheid voor
heel de Schepping.