Tripel van Westmalle is een helder, goudgeel trappistenbier
dat gedurende drie weken nagist in de fles (9,5 alcohol). Het is een complex bier met een
fruitige geur en een mooie, genuanceerde hopneus. Het is zacht en romig in de
mond, met een bittere toets gedragen door het fruitaroma. Een uitzonderlijk
bier, met veel finesse en elegantie. En met een heerlijk lange afdronk.
De Westmalle Tripel wordt wel eens de "moeder van alle
tripels" genoemd. Dit type bier werd in 1934 voor het eerst in de abdij van
Westmalle gebrouwen naar aanleiding van de ingebruikname van de nieuwe
brouwzaal. De huidige formule blijft al sinds 1956 - dus meer dan 50 jaar -
nagenoeg onveranderd.
Dit bier wordt meestal geschonken uit flesjes van 33 cl,
precies de inhoud van het bijbehorende kelkglas. De flesjes worden per stuk, in
handige mandjes van zes of in kratten van 24 flesjes te koop aangeboden. En
uiteraard schenken ze dit bier ook in de betere horecazaken.
De Tripel kunt u ook krijgen in flessen van 75 cl.
Opmerkelijk is dat het bier in deze grotere flessen op een andere manier rijpt.
De fruitige geur is wat zachter en rijper, en het bier krijgt een lichte
vanilletoets mee.
Jef van den Steen over Tripel van
Westmalle
"Dit bier geniet, zowel bij het publiek als bij de brouwers, een groot aanzien;
sterk alcoholische blonde hooggegiste bieren worden daarom niet zelden voorzien
van het epitheton tripel, wat niet minder betekent dan het beste uit de reeks.
De Westmalle Tripel mag dan ook zonder valse bescheidenheid de moeder van alle
tripels genoemd worden - een wereldklassieker dus. In het glas kleurt de tripel
warm-goudblond; de verbazend fijne en overvloedige pareling doet aan champagne
denken (ooit kreeg dit bier de koosnaam champagne campinois mee). De
schuimkraag is wit, fijn, romig, overvloedig en laat na enkele slokken een fijn
kantwerk achter op het glas. De tripel is een complex bier: in de geur strijden
fruitigheid (overrijpe banaan), fijne hopbitterheid en zachte moutigheid om de
aandacht. Het smaakpalet is al even complex:het bier voelt in de mond romig
aan, delicaat zoet zonder plakkerig over te komen en tegelijk fruitig en
bitterig-sinaasappelachtig als het ware. De afdronk is lang, droog en aangenaam
bitter. Dit hopkarakter geeft het bier een eetlustopwekkend karakter."
Bron: Jef van den Steen, Trappist, Davidsfonds, Leuven, 2003, p. 43.
Bob Magerman over Tripel van
Westmalle
"De Westmalle Tripel is een heel groot bier dat in Belgiƫ (maar ook in het
buitenland) zijn gelijke niet vindt. Het combineert een zeer aromatische
fruitigheid (fruitige esters tot solventen) met een volle, romig zachte smaak
en een aangenaam bitter. Bijzonder is dat het aantoonbaar evolueert. Na drie
maanden is het fruit nog zeer overweldigend, na zes maanden zijn de fruitige
esters al wat getemperd en komt het hopbitter naar voren. Na een jaar vindt het
een perfect evenwicht tussen fruit en bitter. Nog later ebt met de
hopbitterheid het evenwicht weg en gaat het bier te zoetig smaken. Wachten is
de boodschap want het vindt dat evenwicht zeker terug: zo stelt men in een
recept een sabayon met een vijf jaar oude Tripel voor."
Bron: Bob Magerman in Belgisch Bierboek, Lannoo, Tielt, 2002, p. 208-209.