“Wat de mens niet helemaal kan begrijpen, dat kan hij wel
ten volle doén, en precies dóór het te doen houdt hij in zichzelf het besef
levend van die werkelijkheid, die nog half in het duister vertoeft,” schreef de
grote katholieke filosoof Maurice Blondel in Histoire et Dogme.
Leven en handelen, weten en doen, ervaring en actie, kunnen
niet zonder elkaar gedacht worden: het een maakt het andere mogelijk. Doe en
zie! Arbeid is misschien wel de handeling in haar sterkste vorm. Daar denken we
tenminste wellicht het eerste aan.
Hét handelen echter, het handelen bij uitstek is dat niet
het ‘liturgisch handelen’? We spreken hier in ieder geval ook van een ‘werk’:
het Werk Gods – het Opus Dei –, de ‘handeling’ die we wel initiëren en om zo te
zeggen ‘afhandelen’, maar die in feite voltrokken en voltooid wordt door God
zelf. En op die manier geeft de ‘liturgische handeling’ de structuur aan van
ieder werk, voor zover we het uiteindelijke resultaat van geen enkel werk zelf
beheersen: het is telkens een bijdrage tot de schepping en de evolutie van de
wereld, waarvan de betekenis evenwel verder reikt dan onze bewuste intentie. En
die bij nader toezien uiteindelijk alleen op Naam kan geschreven worden van die
Éne Ander.