Het leven in een trappistenabdij is helemaal gericht op de
beschouwing of de contemplatie. Daarom worden de monniken ook ‘contemplatieven’
genoemd. Onder leiding van een abt en volgens de bepalingen van de Regel van
Sint-Benedictus wijden de monniken zich boven alles aan het gebed, in
afzondering en stilzwijgen.
Het meest zichtbare gedeelte van dit gebed is de dagelijkse
viering van de eucharistie en van het koorofficie, zes maal per dag. Verder
wijdt de monnik de belangrijkste delen van de dag – naast de dagelijkse
noodzakelijke handenarbeid – aan geestelijke lezing en persoonlijk gebed.
Alle taken en diensten in het klooster zijn er om het
voortdurend gebed mogelijk te maken. De monniken leven als broeders in
gemeenschap om door wederzijdse aanmoediging en onderlinge dienstbaarheid in
dit voortdurend gebed steeds bij God aanwezig te kunnen zijn. Met
Sint-Benedictus noemen zij hun broedergemeenschap dan ook een ‘School voor de
Dienst van de Heer’.
Het leven van de monniken wordt in ieder geval het beste
omschreven als een leven van gebed.