Vooraleer het wort na het koken afkoelt,
worden de hopblaadjes via een hopafscheider - dit is een soort zeef -
verwijderd. Ze dienen als compost op de landerijen van de abdij.
Het afkoelen gebeurt via een warmtewisselaar waarbij
brouwwater als koelvloeistof wordt gebruikt. Daarbij daalt de temperatuur van
het wort tot ongeveer 19 à 20 ° Celsius en warmt het water voor het volgende
brouwsel op tot 80° Celsius. Op die manier bespaart de brouwerij heel wat
kostbare energie.
Na het afkoelen wordt nog steriele lucht door het wort
geblazen. Zo bekomt het brouwsel genoeg zuurstof voor een succesvolle
gisting.