Hop is een belangrijk bestanddeel in een trappist van
Westmalle. Dit bier is trouwens bekend om zijn sterke 'hopneus'.
Voor het brouwen van bier worden alleen de onbevruchte
bellen van de vrouwelijke hopplant, de humulus lupulus, gebruikt. Het actieve
bestanddeel is lupuline, een geel poeder tussen de schutbladeren van de hopbel.
De brouwerij van Westmalle voegt - trouw aan haar
eeuwenoude traditie - nog altijd échte hopbellen toe aan het brouwsel. Deze
hopbellen worden in grote balen bewaard bij een temperatuur van 0 tot 2°
Celsius.
Hop geeft bier een bittere smaak en een sterk aroma. En het
heeft een bewarende invloed. De brouwer moet een ideale verhouding proberen te
bereiken tussen de hop en het wort, een goede
'mariage' zoals hij dat noemt. Daarbij houdt hij rekening met de eigenschappen
van de verschillende hopvariëteiten. En hij bepaalt het precieze tijdstip
waarop de hopbellen moeten worden toegevoegd. Want ook dat maakt een heel
verschil.