Monniken die behoren tot de traditie die werd ingezet door
de Regel voor Monniken van Sint-Benedictus doen vier geloften, na een
proefperiode van minstens vijf jaar, gedurende dewelke ze in feite formeel al
volgens deze geloften leven. Deze geloften zijn:
armoede, gehoorzaamheid,
een monastieke levenswandel en stabiliteit.
De armoede volgens
Sint-Benedictus komt erop neer dat iedere monnik vrij gebruik moet kunnen maken
van het noodzakelijke voor zijn persoonlijk welzijn en voor de taken en
verantwoordelijkheden die hij kreeg opgedragen. Hij mag deze dingen echter niet
zijn eigendom noemen. Monniken bezitten alles gemeenschappelijk en dit
gemeenschappelijke bezit is de materiële grondslag van een leven in
broederlijke gemeenschap. Verder streeft de monnik op grond van zijn gelofte
van armoede naar eenvoud en soberheid, en legt hij er zich zoveel mogelijk op
toe afstand te doen van al het overtollige.
Met de gehoorzaamheid gaan
de monniken de verbintenis aan steeds principieel open te staan voor een loyale
dialoog met hun abt en hun medebroeders. Indien een monnik het niet eens zou
zijn met de abt, legt hij zich uiteindelijk altijd oprecht en grootmoedig bij
diens beslissing neer. Wanneer hem dat moeite kost, beschouwt hij dat als een
bijdrage tot de verstandhouding en de vrede in de gemeenschap en draagt hij
zijn inspanning op ter ere van God, zodat – naar Sint-Benedictus – “God in
alles zou geprezen worden”.
‘Monastieke levenswandel’ wil
zeggen dat de gelofte van ‘kuisheid’ voor de monniken meer inhoudt dan leven in
‘seksuele onthouding’. Volgens een oude traditie heeft kuisheid trouwens eerder
met ingetogenheid van doen: zelfzucht en begeerte dienen ingetoomd en verfijnd
te worden tot vriendelijke attentie en bescheidenheid. Monastieke levenswandel
wil in feite zeggen dat de monniken zich dienen te gedragen als monniken. Het
programma voor de monastieke levensstijl vinden we in de Regel voor Monniken
van Sint-Benedictus. Belangrijke elementen van dit programma zijn nederigheid
en stilzwijgendheid. Ze dragen in de gemeenschap bij tot een sfeer van
genegenheid, vroomheid en onderling respect.
Met de gelofte van stabiliteit
bindt de monnik zich aan de gemeenschap van zijn intrede. De monnik blijft
trouw aan de plaats van zijn intrede en aan de gemeenschap waar hij zich als
broeder bij aansluit. Uitzonderlijk veranderen monniken van stabiliteit: ze
gaan naar een andere gemeenschap en leggen daar na een proeftijd een nieuwe
gelofte van stabiliteit af. Zij doen dat alleen maar om ernstige redenen.