Alle Belgische Trappistenabdijen van monniken hebben een
brouwerij: Achel, Chimay, Orval, Rochefort, Westvleteren en Westmalle. Al die
brouwerijen hebben een discreet begin gekend. Maar mettertijd zijn deze
bedrijven winstgevend gebleken. Ze hebben zich gaandeweg uitgebreid en hebben
de monastieke gemeenschappen de mogelijkheid geboden om niet alleen in te staan
voor hun eigen levensonderhoud, maar om bovendien gul aan liefdadigheid en aan
gastvrijheid te doen. Want in tegenstelling tot andere brouwerijen, is 'winst
maken' hun doel niet. Daarom besteden ze wat overblijft aan caritatieve werken
en aan mensen in nood.