Wanneer we woorden willen spreken terwijl we bidden,
schieten die woorden ons vaak tekort: we vinden er niet voldoende, of de juiste
woorden willen niet bij ons opkomen.
Daarom bidden de monniken in gemeenschap voornamelijk met
de woorden uit de Psalmen, die hen overgeleverd zijn in de Schrift. Het Boek
der Psalmen is een school voor het gebed. Hun gebed wordt om zo te zeggen ook
krachtiger, wanneer ze samen bidden. Ze ervaren dat zíj het niet zijn die
bidden, maar dat ze gedragen worden door het gebed en dat – met de het woord
van de Heilige Apostel Paulus – de Geest in hen smeekt “met onuitsprekelijke
verzuchtingen”.
Het Boek der Psalmen levert de meeste teksten voor het
gebed van de monnik. Sommige psalmen worden dagelijks gebeden, andere
wekelijks, nog andere om de twee weken. In ieder geval wordt tijdens de
getijden het Psalmboek om de veertien dagen helemaal doorgenomen. Het bidden
van de getijden – er wordt ook van het ‘koorofficie’ gesproken – wordt het Opus
Dei of het ‘Werk Gods’ genoemd.