Het brouwproces start met het samenstellen van een
basismengsel. De juiste hoeveelheid mout wordt
afgewogen en gemalen tot fijne bloem. De gemalen mout wordt in een beslagkuip
gemengd met het brouwwater.
Dit mengsel wordt indirect met stoom opgewarmd, waardoor de
enzymen aan het werk gaan. Ze breken zetmeel en eiwitten af en vormen onder
andere suikers en aminozuren. Bij 73° Celsius bekomt men een volledige
versuikering van de mout. Nadien wordt het beslag nog opgewarmd tot 78° Celsius
om de activiteit van de enzymen te stoppen. Nu kan het beslag naar de
filter.