De monniken van Westmalle zorgen zelf voor hun
levensonderhoud. Daarom is er een boerderij, een kaasmakerij en een brouwerij
binnen de muren van de abdij. De grote koeienstal hebben ze vooral voor de
melkwinning. Hun dagelijkse kost bevat immers veel zuivelproducten, want sedert
lang eten de trappisten geen vlees.
Een deel van de melk verwerken ze tot trappistenkaas, de rest verkopen ze aan
de melkerij. De kaasmakerij berust helemaal op
de arbeid van de monniken. In de boerderij zorgen
de monniken voor de leiding van het bedrijf en zijn ze voor een groot deel van
het werk dagelijks aanwezig. En zoals bij alle Belgische trappisten is er een
ook een brouwerij binnen de muren van de abdij.