BOERDERIJ

[print]   [X]
monnik loopt door de stal van de melkkoeien

Al van bij de stichting in 1794, is er in de abdij van Westmalle een boerderij. Lange tijd deden ze er zowel aan akkerbouw als aan veeteelt. Sinds 1932 wordt er nog uitsluitend aan veeteelt gedaan. Op dit ogenblik bestaat de veestapel hoofdzakelijk uit Groningse Blaarkoppen, een runderras dat zijn wortels heeft in het Nederlandse Groningen. Gedurende de zomer kan men de dieren bewonderen in de weilanden rond de kloostergebouwen.

In de ruime stallen binnen de abdijmuren is er plaats voor zowat driehonderd dieren. Een honderdtal melkkoeien vindt er samen met jongvee en dekstieren een onderkomen. De Groningse Blaarkoppen kalven gemakkelijk: ze werpen relatief kleine kalveren. Dit is de voornaamste reden waarom dit ras in de abdij van Westmalle gehouden wordt.

Een vijftiental jaren geleden koos men - na een ervaring van twintig jaar loopstal - voor een moderne bindstal. Die heeft verschillende voordelen: de koeien blijven veel rustiger, ze kunnen veel ouder worden en het menselijk contact met de dieren gaat niet verloren. Diervriendelijkheid is in de boerderij altijd een streefdoel.

De koeien worden tweemaal per dag gemolken in een auto-tandem met 9 melkstanden. Om de stress bij de koeien te verminderen, is er tijdens het melken zachte achtergrondmuziek te horen. Een groot deel van de melk wordt verwerkt in de eigen kaasmakerij, de rest gaat naar de naburige melkfabriek.