In het spoor van de abdij van Cîteaux – waar de naam
‘Cisterciënzers’ van is afgeleid – beschouwen de monniken hun gemeenschap als
een ‘Leerschool in Broederlijke Liefde’. Een Schola Caritatis. De ‘kennis’ die
in deze school wordt verworven is immers ‘liefde’. Deze liefde is echter niet
alleen de broeders in de eigen gemeenschap voorbehouden. Volgens een Carta
Caritatis – een ‘liefdeshandvest’ – weten alle gemeenschappen van de Orde zich
niet alleen innig met elkaar verbonden, maar ook metterdaad voor elkaar
verantwoordelijk. En dat niet alleen: deze liefde wordt voltooid in
solidariteit met alle mensen.
Deze solidariteit krijgt de meest concrete gestalte in
het onthaal van gasten, een dienstwerk dat de monniken als verenigbaar
ervaren met hun leven in afzondering. En voor zover mogelijk en dienstig,
bestemmen ze een deel van hun inkomsten aan caritatieve werken en aan mensen in
nood. Het leven van de monniken is een leven in gemeenschap, verwijzend zowel
naar de kleine plaatselijke broedergemeenschap als naar de wereldwijde
gemeenschap van alle mensen.
* foto: de abdij van Cîteaux